Posts tonen met het label kanker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kanker. Alle posts tonen

Dubbele chemo redt leukemiepatiënten




Een simpele verdubbeling van de dosis van een chemotherapie die al decennia gebruikt wordt, helpt ineens veel meer leukemiepatiënten. Door de ernstige bijwerkingen werd verdubbeling van de dosis nooit eerder overwogen.

Voor een experiment met een kankermedicijn is het een fantastisch resultaat: het percentage patiënten waarbij de ziekte een jaar of langer wegbleef, steeg van 57 naar 71 procent. Bij 60-plussers was de stijging iets bescheidener: van 54 naar 64 procent. En dat door een eenvoudige verdubbeling van de dosis van een al jaren bekend medicijn.

Twee onderzoeken publiceerde The New England Journal of Medicine onlangs naar chemotherapie bij acute myeloïde leukemie (AML). Beide onderzoeksteams verdubbelden de dosis daunorubicine, een middel dat groeiende cellen doodt. Het wordt gegeven in combinatie met een ander celdodend middel. Een Amerikaans team onderzocht de dosisverdubbeling bij AML-patiënten van achttien tot zestig jaar, terwijl een Nederlands/Belgisch/Duits/Zwitserse samenwerking, onder leiding van Bob Löwenberg, hematologiehoogleraar aan het Rotterdamse Erasmus-ziekenhuis, het effect bij zestigplussers onderzocht.

AML is een kanker van de bloedcellen die iets vaker bij mannen dan bij vrouwen voorkomt en ook iets vaker bij 65-plussers.

Daunorubicine is al dertig jaar op de markt. Waarom is niet eerder onderzocht wat er zou gebeuren bij hogere doses?

Löwenberg: ‘Bij de introductie van het middel is de dosering nooit goed onderzocht. Verdubbeling van het andere medicijn, cytarabine, is wel geprobeerd en dat werkte bij patiënten jonger dan zestig. Voor zestigplussers was het zo giftig dat iedereen terughoudend werd om het daarna met daunorubicine ook nog eens te proberen. Ook al omdat dit onderzoek – we begonnen er kort na 2000 mee – volstrekt haaks stond op de trend om oudere AML-patiënten milder te behandelen. Die softe aanpak werkt overigens niet, weten we inmiddels. Deze studie was niet fancy, maar heeft wel een heel verrassend resultaat. De standaardbehandeling verandert erdoor.'

De bijwerkingen van de therapie zijn fors. Ongeveer driekwart van de patiënten heeft matige, ernstige of zelfs levensbedreigende bijwerkingen. Löwenberg: ‘De AML-behandeling is de agressiefste kankerbehandeling die er is. Mensen liggen weken in een ziekenhuis. Het afweersysteem ligt stil omdat er bijna geen bloedcellen meer zijn. Je moet de mensen in die periode echt in leven houden. Een patiënt moet daar doorheen en betaalt daar ook een prijs voor. Maar de prijs is hoger als je niet behandelt, op elk moment in het verloop van de ziekte. En als je een kans op genezing wil hebben, moet je behandelen. Er is geen spontaan herstel.'

De ziekte komt meestal aan het licht als mensen zich vaak moe voelen, veel infecties krijgen, of snel blauwe plekken, bloedneuzen of andere bloedingen. Löwenberg: ‘Ze kan ook toevallig gevonden worden als je bloeddonor bent en geen klachten hebt. Bij bloedonderzoek komen daarna ernstige bloedarmoede, te weinig bloedplaatjes, of te veel of te weinig witte bloedcellen aan het licht.'

De verschijnselen zijn zo verschillend omdat leukemiecellen ontspoorde jonge bloedcellen zijn die eerst in het beenmerg groeien. Zolang ze daar zitten, onderdrukken ze de aanmaak van andere bloedcellen. Dat geeft dus tekorten in het bloed. Komen de kankercellen zelf in het bloed, dan meet het lab te veel witte bloedcellen.

Het nieuwe onderzoek pakt vooral goed uit voor fitte patiënten met een relatief goede prognose. Moeten patiënten met een hele slechte prognose – vooral ouderen – zich wel laten behandelen?

‘Ik heb eind jaren tachtig een studie gecoördineerd waarbij we oudere patiënten die chemotherapie kregen vergeleken met een aanpak van wait and see: alleen infecties bestrijden en regelmatig een bloedtransfusie. Daar kwam uit dat patiënten met die afwachtende aanpak niet alleen korter leefden, maar ook vaker ziek waren en meer in het ziekenhuis lagen. Sindsdien is het gebruikelijk om ouderen wel met chemotherapie te behandelen. Maar niet alle patiënten worden vanuit de regio naar ons behandelcentrum doorgestuurd. Er zijn oude mensen, die vaak ook andere ziekten hebben, die met de huisarts afspreken dat ze niet behandeld willen worden.'

‘Maar ik denk dat het voor de meeste mensen met een slechte prognose beter is om toch minstens één kuur chemotherapie te doen. Als hij niet aanslaat, kun je nog altijd de gebruikelijke tweede kuur achterwege laten. Met die verdubbelde dosis verdwijnt al na de eerste kuur bij 70 procent van de patiënten de kanker, voor een paar maanden of voor altijd.'

Bij 65-plussers is genezing – als de kanker langer dan vijf jaar weg blijft – zeldzaam, blijkt uit het onderzoek, maar is er wel een kans op een langer en prettiger leven, vooral in de eerste twee jaar. Bij 60- tot 65-jarigen neemt de overlevingskans na twee jaar flink toe: van 23 naar 38 procent. Het percentage jongere patiënten dat in de Amerikaanse studie genas, was spectaculair: een verdubbeling van ongeveer 20 naar 40 procent.


Steeds meer borstkanker in ontwikkelingslanden

Borstkanker komt steeds vaker voor in arme landen. Het sterftecijfer ligt er erg hoog door het gebrek aan preventie en toegang tot behandelingen. Dat melden Amerikaanse gezondheidsexperts op de vooravond van een conferentie over het onderwerp.


'We dachten dat borstkanker enkel vrouwen in rijke landen aanbelangt, maar inmiddels weten we dat deze ziekte ook vrouwen in ontwikkelingslanden treft', verklaart Felicia Knaul, volksgezondheidexperte aan Harvard.

Het fenomeen kan volgens haar verklaard worden door de terugval van infectieziekten, ongezonde voeding en een hogere levensverwachting in de ontwikkelingslanden.

Zo'n 1,35 miljoen gevallen van borstkanker of 10,5% van alle nieuwe kankers werden in 2009 wereldwijd ontdekt. Daarmee is het de tweede belangrijkste kanker na longkanker, volgens cijfers van de School van Volksgezondheid van de universiteit van Harvard.

Het aantal borstkankers zal tot 2020 toenemen met 26% en zo'n 1,7 miljoen nieuwe vastgestelde gevallen, hoofdzakelijk in landen met lage en middelgrote inkomens, volgens dezelfde bron. Maar dit jaar al doen meer dan 55% van de 450.000 overlijdens als gevolg van deze kanker zich voor in landen waar de middelen ontbreken om op tijd tumoren op te sporen en ze doeltreffend te behandelen.

De kans om te overlijden aan borstkanker - goed te behandelen als het ontdekt wordt in een vroeg stadium - is 56% in de armste landen, 39% in landen met middelgrote inkomens en 24% in de rijke landen.

Felicia Knaul en andere experts, waaronder oncologen van de faculteit geneeskunde van Harvard en het Dana Faber Cancer Institute in Boston, hebben daarom een internationale werkgroep opgericht en een conferentie georganiseerd die plaatsvindt aan Harvard van 3 tot 5 november. Afgevaardigden van meer dan 50 landen worden er verwacht.


Chemo tijdens zwangerschap: niet ten koste van het kind



Kinderen die prenataal aan chemotherapie worden blootgesteld omdat hun moeder ziek is, blijken op korte en ook op langere termijn geen hinder te ondervinden van die behandeling.

Een eerste verklaring is dat de placenta voor de meeste chemotherapeutische medicijnen als filter functioneert, concludeert Kristel Van Calsteren in haar doctoraatsstudie, die ze gisteren in Leuven verdedigde. Ze baseerde zich daarvoor op 64kinderen, van wie de meesten de afgelopen vijf, zes jaar in Vlaanderen werden geboren. Enkele oudere kinderen, tot 15 jaar, werden ook in het onderzoek opgenomen.

Een tweede belangrijk element, zo zegt professor Frederic Amant van de KU Leuven, is dat chemotherapie niet wordt toegediend tijdens het eerste trimester van de zwangerschap. 'Want dan worden bij de foetus de organen gevormd, en dat is een erg kwetsbare periode.'

Voor het overige verschilt de chemotherapie bij zwangere vrouwen niet van die bij niet-zwangeren. Maar de zwangerschap wordt wel veel stipter opgevolgd, om te zien of het kind goed blijft groeien. Bij welbepaalde types kanker en behandelingen kwam er groeivertraging in de baarmoeder voor, stelde Van Calsteren vast. Maar de kinderen haalden deze na de geboorte in. Er deden zich niet meer aangeboren afwijkingen voor dan anders. Die geruststellende gegevens worden binnenkort gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift Journal of Clinical Oncology.

Van Calsteren stelde ook vast dat de maximumconcentraties van de chemotherapie in het bloed minder hoog zijn, omdat de producten over een groter volume worden verdeeld en sneller uit het lichaam worden verwijderd. Verder onderzoek hierover is aangewezen, concludeert ze.

Eerder waren er geen cijfers over de gezondheid van kinderen die geboren worden na chemotherapie tijdens de zwangerschap. In veel landen is het nog gangbaar om zwangere vrouwen met kanker aan te manen de zwangerschap te onderbreken.

http://www.cancerinpregnancy.org/

Precisiechip detecteert kanker



Wetenschappers van de universiteit van Stanford (VS) hebben een nanochip ontwikkeld die kanker in een zeer vroeg stadium kan ontdekken. De methode is volgens de universiteit duizend keer preciezer dan de huidige technieken.

De chip kan tot 64 verschillende kankergerelateerde proteïnen opsporen in elke lichaamsvloeistof. Vooral het feit dat de ziekte hiermee in een zeer vroeg stadium wordt ontdekt is hoopgevend. Naarmate een tumor groeit, wordt de kans op genezing immers kleiner.

De chip is met succes getest op muizen en zou ook andere ziektes kunnen opsporen. De bedoeling is dat de universiteit nu in samenwerking met andere organisaties de sensor op mensen gaat testen.

'We kunnen drie maanden tot een jaar vóór de diagnose kanker vaststellen. Dat wordt extreem interessant', zegt Shan Wang, professor en senior auteur van de paper waarin de chip omschreven wordt.

Een deel van de sterkte is te danken aan de nauwkeurigheid. Zo kan de chip proteïnen detecteren met een concentratie van één op honderd miljard, wat overeenkomt met dertig moleculen in een kubieke milliliter bloed.

Vroeg ontdekken, meer kans

'In een vroeg stadium van kanker is het proteïneniveau in het bloed zeer laag, waardoor je ultragevoelige technologie nodig hebt om het te detecteren', zegt Wang. 'Als je het vroeg kunt detecteren, dan kun je vroeg ingrijpen en heb je een betere kans om die persoon te genezen.'

Dokters kunnen door de ontwikkeling een stuk sneller onderzoeken. De sensor onderzoekt 64 verschillende proteïnetypes in een tijdspanne van één tot twee uur.

Ook achterhalen hoe een patiënt reageert op chemotherapie gaat een stuk sneller. Normaal is dit pas na een maand, maar dit wordt nu na twee tot drie dagen al meetbaar

Prostaatkankerkuur kan hart schaden



BERLIJN 
Een veelgebruikte kuur tegen prostaatkanker schaadt het hart van sommige patiënten.

Hormoonbehandeling van prostaatkanker verhoogt de kans op hartproblemen, blijkt uit onderzoek van Mieke Van Hemelrijck (King's College, Londen) bij 30.642 Zweedse mannen met de ziekte. Van elke duizend patiënten krijgen er tien als nevenwerking van de hormoonbehandeling een infarct of een andere hartkwaal. Uit voorzorg een cardioloog bij een kankerbehandeling betrekken kan dus wijs zijn, vindt Van Hemelrijck.
Elk jaar krijgen 670.000 mannen een diagnose van prostaatkanker. De ziekte staat tweede in het rijtje van vaakst voorkomende kankers bij mannen, na longkanker. Hormoontherapie blokkeert de werking van testosteron dat tumoren doet groeien. Dat gaat door de testosteronproductie te stoppen, door de teelballen weg te halen of medicijnen in te spuiten die de hormoonproductie remmen.

Ook worden soms anti-androgene pillen voorgeschreven, die niet de testosteronproductie remmen maar verhinderen dat het hormoon aanmeert bij prostaatcellen. Die laatste therapievorm is minder schadelijk voor het hart, aldus Van Hemelrijck op een kankerconferentie in Berlijn.

Moeder besmet baby met kanker tijdens zwangerschap


De placenta, doorgaans ondoordringbaar

Achtentwintig jaar oud was de Japanse toen ze na een probleemloze zwangerschap van een dochtertje beviel. Maar een maand na de geboorte kreeg ze onverklaarbare vaginale bloedingen en hoge koorts. In het ziekenhuis werd leukemie vastgesteld: kanker van de witte bloedcellen. De bloedingen konden niet worden gestelpt; de vrouw overleed.

Haar dochtertje leek aanvankelijk gezond, maar werd toen ze elf maanden oud was met een gezwollen wang in het ziekenhuis opgenomen. Het bleek om een gezwel te gaan met precies dezelfde genetische kenmerken als de tumor van de moeder.

Het is niet de eerste keer dat artsen melding maken van een moeder die haar kind tijdens de zwangerschap met kanker besmet (wereldwijd zijn er zeventien andere besmettingen gemeld, doorgaans van snel uitzaaiende kankers als leukemie of melanoom). Dit is wel de eerste goed gedocumenteerde keer. In theorie kunnen losgekomen kankercellen via de moederkoek in de bloedstroom van de foetus terechtkomen. Maar doorgaans maakt het immuunsysteem er korte metten mee, zodat de baby gezond ter wereld komt en dat daarna ook blijft.

Maar met geavanceerde genetische vingerafdruktechnieken bewees Shuki Mizutani samen met collega's uit Tokio, Kyoto en Engeland dat de kankercellen van het meisje dezelfde genetische streepjescode hadden als die van haar moeder én dat ze al van bij haar geboorte in haar bloed zaten.

Analyse leerde dat de kankercellen een 'vlaggetje' misten dat ze bij het immuunsysteem als indringers zou hebben verraden. Vermoedelijk zorgde dat gemis ervoor dat de cellen de horde van de placenta konden nemen (de moederkoek is doorgaans ondoordringbaar voor lichaamsvreemde stoffen).

De onderzoekers, wier studie verscheen in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences, benadrukken dat het extreem zeldzaam is dat een zwangere kanker overdraagt aan haar kind.

Nobelprijs voor de geneeskunde naar drie Amerikanen


VLNR: Jack Szostak, Carol Greider and Elizabeth Blackburn.


De Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde is maandag toegekend aan drie Amerikaanse wetenschappers die een belangrijke ontdekking hebben gedaan in de celbiologie, meer in het bijzonder kanker en veroudering. De drie krijgen ieder een gelijk deel van de bijbehorende prijs ter waarde van ongeveer 1,4 miljoen dollar.


De drie winnaars zijn Elizabeth H. Blackburn van de Universiteit van Californië, San Francisco, Carol W. Greider van de Johns Hopkins Medische Universiteit, en Jack W. Szostak van Massachusetts' algemeen ziekenhuis.
De Nobelprijs winnaars losten een raadsel op over de uiteinden van chromosomen, de grote DNA-moleculen die alle genetische informatie van het lichaam in zich hebben. Deze uiteinden noemt men telomeren, telomeren worden elke keer korter nadat een cel zich heeft gedeeld en dienen zo als een soort klokken waaraan men kan aflezen hoelang de levensverwachting van die cel nog is .





De ontdekkingen werden ongeveer 20 jaar geleden gedaan bij het onderzoek naar een zuiver wetenschappelijk probleem dat destijds schijnbaar geen enkele praktische relevantie had . Desalniettemin bleken telomeren een belangrijke rol te spelen in twee medische gebieden van grote betekenis, namelijk veroudering en kanker, vanwege hun rol in het beperken van het aantal keer dat een cel kan verdelen.

"Ik ben blij dat de fundamentele wetenschap kan worden bejubeld," zei Dr. Greider maandag in een interview.

Voor Dr. Blackburn hebben slechts acht vrouwen ooit een de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde gewonnen. Gevraagd naar hoe ze zich voelde over hoe zij het vond om nummer negen te worden, antwoordde Dr Blackburn: "Ik ben zeer verheugd, ik hoop dat het niet bij negen blijft en meer vrouwen deze Nobelprijs zullen mogen ontvangen."

Thomas Cech, ook een Nobelprijswinnaar, werkzaam aan de Universiteit van Colorado, zei dat de ontdekking een grote impact gehad heeft op verschillende gebieden van de biologie en de geneeskunde bovendien heeft het ook een "fascinerend inzicht" gegeven in de overgang tussen de DNA-wereld en de RNA-wereld, die DNA voorgegaan is in de oorsprong van het leven. RNA is een chemisch nauw verwante 'neef' van DNA.

Hoewel Amerika er wederom in geslaagd is souverein de Nobelprijs voor fysiologie of geneeskunde binnen te halen, zijn twee van de drie winnaars immigranten. Dr Blackburn werd geboren in Tasmanië, Australië en heeft een dubbele nationaliteit, Dr. Szostak werd geboren in Londen.

Dr. Blackburn kwam naar de Verenigde Staten in de 70, want het was toen een bijzonder "aantrekkelijke" plaats om de wetenschap te beoefenen. "Terwijl Amerika nog steeds als een magneet buitenlandse wetenschappers aantrekt, moet men dat toch niet voor lief nemen," zei ze.

Dr. Szostak zei dat er in deze moderne tijden wereldwijd veel meer concurrentie is in de wetenschap. "Dus misschien moeten we wel iets harder ons best doen om mensen uit de hele wereld aan te trekken en ervoor te zorgen dat zij hier ook blijven."

Dr. Cech, voormalig voorzitter van het Howard Hughes Medisch Instituut, zei dat de strengere eisen voor buitenlandse wetenschappers om een visum aan te vragen, sinds de aanslagen van elf september, er voor zorgen dat de Europese landen er nu van profiteren. "Tegenwoordig, is het volgende beleid op buitenlandse wetenschappers van toepassing: Als een buitenlands wetenschapper een visum aanvraagt, dan moet men hem met wantrouwen behandelen en de aanvraag het liefst meerdere malen afwijzen tot dat de wetenschapper een advocaat kan inschakelen en na veel gedoe en een flinke duit minder op zak eindelijk zijn visum krijgt," aldus Dr. Cech.
Alle drie de prijswinnaars lijken over het 'wetenschapper-gen' te beschikken, het zit zeker in de familie, Dr. Greider is dochter van twee wetenschappers met doctoraten van de Universiteit van Californië, Berkeley, zij heeft ook daar haar Ph.D titel behaald. Dr Szostak's vader was een ingenieur. Beide ouders van Dr.  Blackburn waren artsen.

De studie naar telomeren is een opmerkelijk onderzoeksgebied waarin vrouwelijke wetenschappers bijzonder dominant in aantal vertegenwoordigt zijn. Dr. Greider schrijft dit toe aan het "stichter effect ', de stichter is Joseph Gall van de Universiteit Yale. Dr Gall heeft  Dr Blackburn en andere vrouwen opgeleid, zij hebben op hun beurt weer andere vrouwen geinteresseerd en in het vak geintroduceerd, "dit komt omdat er een lichte tendens onder vrouwen is om te werken met andere vrouwen," aldus Dr. Greider. In haar studententijd heeft zij overigens zelf ook vaak met  Dr. Blackburn samengewerkt.

Het onderzoek naar telomeren groeide uit tot een groot raadsel in de mechanica van het kopiëren van DNA. Het kopie-enzym werkt op een zodanige wijze dat één van de twee strengen van de dubbele helix iets korter werkt na iedere celdeling. Het werk van de drie winnaars en anderen heeft geleid tot de ontdekking van telomerase, een speciaal enzym dat de verkorting zou kunnen voorkomen door het toevoegen van extra stukjes DNA.

Dr. Blackburn heeft dit probleem aangepakt door te werken met een eencellig organisme genaamd Tetrahymena gevonden in vijverwater. Ze ontdekten in 1978 dat de telomeren een zeer ongebruikelijke structuur hadden, waarin hetzelfde patroon van zes DNA-eenheden voorkwam dat ongeveer 50 keer herhaald werd.

Zij heeft met de hulp van Dr. Szostak telomeren geconstateerd in gist en stelde vervolgens dat cellen over een speciaal enzym beschikken dat deze herhaalde patronen toevoegd aan het eind van de chromosomen om zo het onvolledige werk van het kopie-enzym te compenseren.

Als student werkte Dr. Greider in een laboratorium aan het opsporen van het kopie-enzym, nu bekend als telomerase, toen het experiment ten einde was op de dag voor kerst 1984, was het erg spannend om het lab binnen te lopen die ochtend, zei Dr Greider,"Ik zag aan de veelzeggende resultaten dat we het gezochte enzym telomerase hadden ontdekt. "Dat was echt een hele opwindende dag," zei ze.

Later ontdekte ze dat telomerase een speciaal stukje RNA bevat die het gebruikt als een sjabloon om het chromosoom. De onverwachte betrokkenheid van RNA wijst op een tijd vroeg in de oorsprong van het leven toen alle belangrijke taken in de cel werden uitgevoerd door RNA, in plaats van DNA.

Deze openbaring in de fundamentele biologie bleek snel belangrijke gevolgen te hebben voor de wetenschap van veroudering en kanker. Telomerase is meestal alleen actief aan het begin van het leven, daarna worden de telomeren korter elke keer dat een cel zich deelt. Als ze te kort is, stopt de celdeling.
Van korte telomeren is bekend dat ze een rol spelen bij bepaalde ziekten die te maken hebben met veroudering, zoals aplastische anemie. Telomeren zijn ook belangrijk bij de ontwikkeling van kanker, een ziekte waarbij de controle over de celdeling verloren gaat. Kankercellen moeten de telomeren reactiveren, ander zullen hun telomeren korter worden en zo hun celdeling stoppen. In ongeveer 80 tot 90 procent van menselijke kankercellen, heeft is het telomerase gen weer ingeschakeld, heeft Dr Blackburn gezegd.

De Geron Corporation is inmiddels twee klinische onderzoeken begonnen om te zien of er een middel of een vaccin te maken is dat de telomeren weer kan deactiveren om zo kanker te bestrijden.

Zowel Dr Blackburn als Dr Greider bestuderen telomerase nog steeds, maar Dr Szostak verliet het veld 20 jaar geleden met een nieuw en breder vraagstuk: hoe zou  het leven op de vroege aarde zijn ontstaan uit de eenvoudige chemische stoffen die destijds aanwezig waren. Hij heeft al vorderingen gemaakt in dit lange  en hardnekkige vraagstuk, met name door aan te tonen hoe een proto-cel zich zou kunnen hebben gevormd en vervolgens RNA-bouwstenen importeerde. Het volgende dat Dr Szostak hoopt aan te tonen is hoe de proto-cel en het RNA zich kunnen verdelen in twee dochtercellen, een prestatie die indien gerealiseerd, goed kan zijn voor een nominatie voor een tweede Nobelprijs.
Bron: New York Times

Baarmoederhalskanker


Ieder jaar krijgen ongeveer 700 vrouwen in Nederland de diagnose baarmoederhalskanker



Baarmoederhalskanker komt voor bij vrouwen van alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen van 30 tot 55 jaar.  Hieronder  uitgebreide informatie omtrent baarmoederhalskanker en de vaccinatie tegen het HPV-virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken.

Ter preventie van voorstadia van baarmoederhalskanker zijn er twee HPV vaccins op de markt om te voorkomen dat er een HPV besmetting kan plaatsvinden. Dit omdat het Humaan Papilloma Virus (HPV) op lange termijn kan uitgroeien tot baarmoederhalskanker.


Baarmoederhalskanker is een soort kanker die door een uitstrijkje relatief gezien makkelijk vroeg op te sporen is. Daarnaast is er een vaccin beschikbaar om baarmoederhalskanker te voorkomen, het zogenaamde HPV-vaccin. Dit vaccin is in 2009 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma voor twaalfjarige meisjes.

HPV -vaccin via het Rijksvaccinatieprogramma

Op 1 april 2008 heeft de Gezondheidsraad een advies gegeven aan de Minister van VWS om voor meisjes van 12 jaar een vaccinatie tegen baarmoederhalskanker op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Verreweg de meeste van hen hebben op die leeftijd nog geen seksueel contact. De virussen die tot baarmoederhalskanker kunnen leiden worden namelijk via seksueel contact overgebracht. Met de vaccinatie worden zij beschermd tegen infectie met dergelijke virussen. De Gezondheidsraad adviseert wel om langdurig de effectiviteit en veiligheid van de vaccins te blijven volgen.


Vaccinatie (RVP)

De eerste meisjes van 12 jaar worden in 2009 met het HPV-vaccin ingeënt. In september 2009 vindt de vaccinatie plaats van meisjes die geboren zijn op of na 1 januari 1997 en voor 1 september 1997.

Eenmalig zijn ook meisjes van 13 tot 16 jaar ingeënt omdat in die groep de meerderheid nog geen seksueel contact heeft gehad. In maart 2009 startte de inhaalcampagne voor meisjes die geboren zijn in 1993 tot en met 1996.

GGD'en verzorgen de uitnodigingen en inentingen.


Veiligheid en bijwerkingen

Wat betreft de veiligheid van het HPV-vaccin wil KWF Kankerbestrijding graag benadrukken dat elk medicijn aan strikte veiligheidseisen moet voldoen voordat het toegelaten wordt op de Nederlandse markt. Uiteraard is het belangrijk om daar toezicht op te blijven houden.

Bij ieder medicijn bestaat een risico op bijwerkingen, deze worden in de bijsluiter benoemd. Bij het HPV-vaccin kunnen op korte termijn bijwerkingen optreden zoals een rode huid, jeuk en koorts. De onderzoeken naar bijwerkingen op lange termijn lopen ongeveer 6,5 jaar. Daaruit blijkt niet dat er bijwerkingen zijn op langere termijn. De bijwerkingen zijn in een klein-schalig onderzoek onderzocht bij twaalfjarige meisjes.

Op http://www.prikenbescherm.eu/ is meer informatie over onder andere bijwerkingen te vinden. Ook heeft het RIVM een gratis telefoonnummer voor alle vragen over het HPV-vaccin 0800-3018051.


Gratis en programmatisch

De minister geeft aan het belangrijk te vinden dat vaccinatie tegen HPV via het Rijksvaccinatieprogramma gratis en programmatisch wordt aangeboden. Op deze wijze kan de aanzienlijke ziektelast van baarmoederhalskanker en het daarmee gepaard gaande persoonlijke leed in de toekomst worden verminderd. De minister benadrukt dat hij HPV vaccinatie alleen in het RVP kon opnemen als deze vaccinatie kosteneffectief is, dit betekend dat de gezondheidswinst opweegt tegen de kosten.

Het advies van de Gezondheidsraad heeft wel tot een discussie geleid. Daarbij werden argumenten aangevoerd om het HPV-vaccin niet op te nemen in het RVP: het is nog niet duidelijk of de gezondheidswinst opweegt tegen de kosten.


Hoe wordt baarmoederhalskanker veroorzaakt?

Baarmoederhalskanker wordt bijna altijd veroorzaakt door een infectie met een HPV virus, dat via het seksueel verkeer overgedragen kan worden door mannen en vrouwen. De meeste seksueel actieve mensen lopen ooit een of meer infecties op met HPV. De kans op besmetting met een (hoog-risico) HPV is groter naarmate een vrouw of haar partner meer wisselende seksuele contacten hebben. Andersom betekent het niet dat wanneer een vrouw baarmoederhalskanker heeft, zij of haar partner 'dus' meer wisselende contacten hebben (gehad).

Over het algemeen wordt de infectie door het afweersysteem van ons lichaam opgeruimd binnen 1,5 jaar. Als een infectie langere tijd op de baarmoedermond aanwezig is, kan dit leiden tot afwijkende cellen. Na een periode van vele jaren kunnen deze afwijkende cellen zich ontwikkelen tot baarmoederhalskanker. Zie ook: risicofactoren en symptomen van baarmoederhalskanker.

Cijfers baarmoederhalskanker in Nederland

In Nederland is het aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker ongeveer 700 per jaar. In 2005 overleden ongeveer 230 Nederlandse vrouwen aan baarmoederhalskanker.

Wat doet het HPV vaccin?

Het HPV vaccin is een middel om HPV besmetting te vóórkomen en waardoor baarmoederhalskanker zich niet kan ontwikkelen. Het is geen garantie dat een HPV infectie zal uitblijven. Wanneer het HPV virus al actief is kan het vaccin niet de infectie opruimen.

Geeft het HPV vaccin 100 procent garantie?

Nee, baarmoederhalskanker wordt vrijwel altijd veroorzaakt door het humaan papillomavirus (HPV). Gardasil beschermt tegen de typen 6, 11, 16 en 18 van dit virus. Het vaccin Cervarix beschermt alleen voor de typen 16 en 18. De typen 16 en 18 zijn verantwoordelijk voor 70 procent van alle gevallen van baarmoederhalskanker. De typen 6 en 11 veroorzaken ruim 90 procent van alle genitale wratten. De huidige vaccins bieden nog geen volledige bescherming.

Verschillen HPV vaccins

Gardasil en Cervarix zijn op de Nederlandse markt vrij verkrijgbaar bij de huisarts. De werking van de verschillende vaccins is iets verschillend maar voor preventie van baarmoederhalskanker beide vergelijkbaar. In Nederland wordt het HPV-vaccin Cervarix toegediend bij de vaccinatie in het RVP.

Is het vaccin alleen voor meisjes/vrouwen?

Nee, de vaccins zijn goedgekeurd voor meisjes/vrouwen van 9 tot 26 jaar en voor Gardasil ook voor jongens van 9 tot 15 jaar. Omdat de HPV infectie seksueel overdraagbaar is kunnen ook jongens beschermd worden tegen ontwikkeling van het HPV virus. De HPV vaccins mogen wettelijk gezien alleen bij deze leeftijdsgroepen gevaccinineerd worden. Bij de farmaceut lopen onderzoeken om te kijken of het mogelijk is te vaccineren bij andere leeftijdsgroepen.

Hoe vaak moet het vaccin toegediend worden?

Voor een effectieve bescherming zijn 3 vaccinaties nodig, binnen een periode van een jaar. Het advies is om 2 en 6 maanden na de 1e vaccinatie opnieuw het vaccin toe te dienen. Uw huisarts heeft meer informatie hierover.

Wie betaalt het HPV vaccin?

Via het Rijksvaccinatieprogramma is het gratis. Anderen die een HPV-vaccin willen zullen het HPV-vaccin zelf moeten betalen, tenzij uw verzekeraar een vergoedingsregeling heeft. De kosten bedragen ongeveer 125 euro per vaccinatie. (in totaal 3x 125 euro = 375 euro). Sommige zorgverzekeraars hebben in de polisvoorwaarden van hun aanvullende verzekering een vergoeding opgenomen. Het advies is om navraag te doen bij uw eigen zorgverzekeraar.

Hoeveel jaar biedt het vaccin bescherming?

Bekend is dat de HPV vaccins ongeveer 5 jaar bescherming bieden, dit omdat de meeste studies pas enkele jaren lopen. Hoeveel vaker het vaccin mogelijk nog toegediend zal moeten worden is niet bekend.

Moeten vrouwen nog een uitstrijkje laten maken?

Ja. Een uitstrijkje laten maken bij de huisarts of via het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker blijft nog steeds de methode om baarmoederhalskanker vroegtijdig op te sporen. Het HPV vaccin biedt bescherming om het HPV besmetting te vóórkomen, waardoor baarmoederhalskanker zich niet kan ontwikkelen. Zoals hierboven beschreven, het biedt nooit 100% garantie dat baarmoederhalskanker vóórkomen kan worden.
Een uitstrijkje laten maken blijft dus belangrijk!

Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker

Alle vrouwen tussen de 30 en 60 jaar krijgen eens in de 5 jaar een uitnodiging voor het gratis Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker. Door middel van een uitstrijkje kan baarmoederhalskanker in een vroeg stadium ontdekt worden, zelfs wanneer er nog geen klachten zijn. Zie http://www.uitstrijkje.nl/

Sinds enkele jaren wordt binnen het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker onderzoek gedaan of baarmoederhalskanker nóg vroeger opgespoord kan worden door een HPV-test toe te passen bij het afnemen van het uitstrijkje. Er wordt gekeken of deze HPV-test effectief is, hierbij worden de kosten vergeleken met de gezondheidswinst. De overheid zal moeten beslissen aan de hand van de resultaten of de HPV-test wordt opgenomen naast het uitstrijkje binnen het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker.


Wat is het standpunt van KWF Kankerbestrijding?

Opname van HPV vaccinatie in het Rijksvaccinatie Programma zal een bijdrage leveren aan de strijd tegen kanker. Het is nog onzeker hoelang de bescherming duurt van het HPV-vaccin omdat de onderzoeken ernaar nog niet lang genoeg lopen. KWF Kankerbestrijding verwacht van de overheid dat zij hierover het publiek duidelijk informeert.

Daarom blijft goede voorlichting over voorkomen en vroege ontdekking van baarmoederhalskanker van groot belang. Want vaccinatie betekent niet dat deelname aan het bevolkingsonderzoek voor vrouwen van 30 tot 60 jaar niet meer nodig is. Ook geeft vaccinatie geen 100% garantie dat baarmoederhalskanker kan worden voorkomen. En dat adequaat reageren op klachten zoals onverwacht vaginaal bloedverlies noodzakelijk blijft.

Therapeutische vaccinatie


Hoog risico humaan papillomavirussen infecteren in het overgangsgebied van de ecto– en endo-cervix waar de beschermende epitheellaag heel dun is. Hierdoor kan het virus gemakkelijk bij de basale cellaag komen om deze te infecteren. Als deze cellen gaan delen en differentiëren zal het virus zich kunnen vermenigvuldigen.

Na infectie worden de vroege eiwitten E1, E2, E6 en E7 in de basale cel geproduceerd. De laatste 2 eiwitten hebben een transformerende werking. Therapeutische vaccins zijn daarom gericht tegen deze vroege eiwitten. De universiteiten in Leiden en Groningen werken beide aan een eigen therapeutisch vaccin. Tot nog toe zijn deze vaccins alleen gericht tegen HPV16.

Pas later in de replicatiecyclus van het virus worden L1 en L2, de kapseleiwitten van het virus geproduceerd om de vorming van nieuwe virions mogelijk te maken. Dit is de reden dat L1 en L2 de late eiwitten genoemd worden. Aangezien een nieuwe infectie alleen kan worden voorkomen door antilichamen tegen de mantel van het virus op te roepen, is L1 als uitgangspunt genomen voor de ontwikkeling van profylactische vaccins.

Profylactische vaccinatie

Momenteel zijn 2 vaccins (Gardasil en Cervarix) beschikbaar, die tot doel hebben cervixcarcinomen te voorkomen. HPV-vaccinatie maakt gebruik van VLP’s (virus-like particles) die zijn gebaseerd op het L1-capside-eiwit van bovengenoemde HPV-types. Aangezien deze VLP’s alleen uit capside-eiwit bestaat, bevatten deze niet het virale DNA-genoom en zijn ze niet infectieus. Wat betreft antigeniciteit en morfologie lijken deze deeltjes wel sterk op de normale virusdeeltjes. Deze eigenschappen maken VLP’s uitermate geschikt om te gebruiken in een vaccin. Aangezien het capside-eiwit per HPV-type anders is, zijn de VLP’s (en hiermee dus ook de vaccins) typespecifiek. Onderzoek laat zien dat HPV-vaccinatie premaligne afwijkingen aan de baarmoederhals kan voorkomen.

De antistoftiters die door profylactische vaccinatie bereikt worden, liggen 20 tot wel 100 maal boven het niveau van natuurlijke infectie.[9] Na een follow-up van ruim vijf jaar is nog steeds een zeer goede immuunrespons aantoonbaar. Er lijkt zich een plateaufase te ontwikkelen. Indien deze plateaufase inderdaad langdurig aanwezig blijft, zou dit kunnen inhouden dat een boosterinjectie ter activatie van het immuunsysteem overbodig zal zijn.

Pro en contra vaccinatie

Het vaccineren van meisjes of jonge vrouwen voordat zij seksueel actief worden lijkt het meest effectief. Door deze leeftijdsgroep te vaccineren wordt de oncogene HPV-infectie bij de bron aangepakt, en zal het ontstaan van afwijkende cellen en wellicht daardoor de incidentie van baarmoederhalskanker veroorzaakt door deze types kunnen dalen. Het effect hiervan wordt echter pas over tientallen jaren zichtbaar en is op dit moment nog niet bewezen.

Om één geval van baarmoederhalskanker te voorkomen moeten (in Nederland) ongeveer 200 meisjes worden gevaccineerd, zelfs aannemend dat de vaccinatie levenslange bescherming biedt (5 gevallen per duizend vrouwelijke inwoners zouden worden voorkomen, ongeveer 7 per duizend lopen de ziekte gedurende het hele leven op). Het aantal vaccinaties nodig om 1 sterfgeval te voorkomen is zelfs ongeveer 800. De kosten moeten in Nederland bovendien op dit moment nog door de patiënt zelf worden betaald.

 Een vaccinatie betekent ook niet dat het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker daarna niet meer nodig is, men kan er nog steeds aan deelnemen.

Er bestaat nog geen zekerheid over de frequentie van bijwerkingen. Tegenstanders wijzen er op dat het het hier gaat om een ziekte die weinig voorkomt (baarmoederhalskanker maakt 0,3% van de sterfte van vrouwen uit) en waarvan al jaren de incidentie daalt. De Gezondheidsraad heeft op 1 april 2008 geadviseerd om de vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma op te nemen.

De eerste groep meisjes (geboren in 1993 t/m 1996) is opgeroepen voor de vaccinatie; vanaf september 2009 zouden meisjes van 12 jaar worden uitgenodigd zich te laten vaccineren. Dit is uitgesteld in verband met de verwachte grieppandemie. Er bestaan echter nauwelijks studies die zijn uitgevoerd bij deze leeftijdsgroep (12-jarige meisjes). Op dit moment wordt er volop onderzoek gedaan naar de zogenaamde catch-up-vaccinatie waarbij wordt bestudeerd of HPV-vaccinatie ook werkzaam is bij vrouwen die in het verleden reeds in aanraking zijn gekomen met het humaan papillomavirus.

Bij vrouwen die geen aanwezige HPV-infectie hebben (en dus HPV-DNA-negatief (cervix) zijn), maar wel een HPV-infectie hebben doorgemaakt (en dus seropositief (bloed) zijn), blijkt dat de vrouwen opnieuw kunnen worden geïnfecteerd met hetzelfde HPV-type als waar zij antistoffen tegen hebben opgebouwd. Het niveau van natuurlijke bescherming blijkt dus niet voldoende om herinfecties te voorkomen. Vaccinatie van deze vrouwen blijkt wel te werken als een booster en een snellere en betere immuunrespons te geven. Door deze groep vrouwen te vaccineren zou het effect van vaccinatie op het ontstaan van laesies al eerder zichtbaar kunnen worden.

Enkel bij de groep vrouwen die zowel seropositief als HPV-DNA-positief (aanwezige HPV-infectie) zijn voor HPV-types 16 en 18 lijkt vaccinatie geen toegevoegde waarde te hebben. Vaccinatie werkt dus alleen profylactisch en niet therapeutisch.

Buiten Nederland spelen zich eveneens discussies af over het nut van deze vaccinatie. In Nederland is door de producenten een uitgebreide reclamecampagne gevoerd met artikelen in populaire bladen met hulp van bekende Nederlanders. Nog niet eerder is een nieuw vaccin zo snel geïntroduceerd in het Rijksvaccinatieprogramma als het HPV-vaccin.

Combinatie met bevolkingsonderzoek

Indien het vaccin 100 procent effectief is tegen HPV16 en HPV18, kan circa 70 procent van de gevallen van baarmoederhalskanker voorkomen worden. De protectieve waarde van het vaccin voor laaggradige afwijkingen is ongeveer 14 tot 25 procent.

Door een mogelijk effect van kruisbescherming zou deze bescherming in de praktijk mogelijk breder kunnen blijken. Studies lopen momenteel om de mogelijke bijdrage van kruisbescherming in kaart te brengen. Aan de andere kant bestaat de mogelijkheid van typevervanging waarbij andere virussen dan HPV16 en HPV18 een groter aantal infecties gaat veroorzaken.

Hoewel het beschikbaar komen van een HPV-vaccin een belangrijke stap is in de bestrijding van baarmoederhalskanker, is er nog een aantal kanttekeningen te plaatsen. HPV-vaccinatie biedt geen 100% garantie dat baarmoederhalskanker wordt voorkomen. Bovendien is nog niet bekend hoe lang vaccinatie bescherming biedt.

Vaccinatie betekent daarom ook niet dat het huidige bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker (het uitstrijkje) kan verdwijnen. We moeten ervan uitgaan dat bij een eventuele introductie van HPV-vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma, de screening van niet-gevaccineerde meisjes en vrouwen, maar ook van de gevaccineerde vrouwen nog tientallen jaren (mogelijk in een gewijzigde opzet) zal moeten doorgaan. Dit biedt dan ook de mogelijkheid om de effecten van vaccinatie in het echte leven te volgen. Tegenstanders wijzen er dan ook op dat dit vaccin volgens hen te snel in Nederland is ingevoerd. In onder meer Finland wordt eerst aanvullend onderzoek gedaan voor een beslissing wordt genomen over de opname in het vaccinatieprogramma.


Risico Factoren

Er is een aantal risicofactoren bekend waardoor sommige vrouwen een wat groter risico op baarmoederkanker kunnen hebben. Verstoring van het normale samenspel tussen de verschillende hormonen die invloed uitoefenen op het baarmoederslijmvlies lijkt een belangrijke risicofactor. Het langdurig inwerken van oestrogene hormonen op het baarmoederslijmvlies, zonder onderbreking door andere hormonen, progestativa, kan leiden tot baarmoederkanker:


Zo is bij vrouwen zonder of met weinig kinderen en bij vrouwen bij wie de overgang laat begint, het risico op het krijgen van baarmoederkanker iets verhoogd.

Het risico op baarmoederkanker is groter bij langdurig gebruik van oestrogenen (zoals bij overgangsklachten). Om dit risico te verminderen, worden de oestrogenen voorgeschreven in combinatie met een progestativum.

Tamoxifen is een belangrijk medicijn bij de behandeling van borstkanker. Het gebruik van tamoxifen gedurende een aantal jaren kan het risico op het ontstaan van baarmoederkanker vergroten. De goede behandelingsresultaten van tamoxifen wegen echter zwaarder dan het kleine extra risico op baarmoederkanker, ook al omdat baarmoederkanker in het algemeen goed te behandelen is. Borstkankerpatiënten die tamoxifen gebruiken, worden bij gynaecologische klachten zorgvuldig onderzocht.

Er zijn bepaalde zeldzame oestrogeen producerende tumoren van de eierstokken waardoor een verhoogd risico op baarmoederkanker ontstaat.

Bij vrouwen met overgewicht komt meer baarmoederkanker voor. Waarschijnlijk doordat in het vetweefsel een extra hoeveelheid oestrogene stoffen wordt aangemaakt.

Het Hereditair Non-Polyposis Colorectaal Carcinoom (HNPCC of Lynch syndroom) is de naam voor een erfelijke gevoeligheid voor dikkedarmkanker. Hierbij bestaat ook een groot risico op tumoren in andere organen, onder anderen het baarmoederslijmvlies.

Baarmoederkanker is, evenals andere soorten kanker, niet besmettelijk. Besmetting door geslachtsgemeenschap is dus niet mogelijk.


 
bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker
http://www.kwf.nl/

http://www.prikenbescherm.nl/

http://www.uitstrijkje.nl/

http://www.kwfklachtadvies.nl/

http://www.cvz.nl/

Pulitzerprijswinnaar William Safire overleden



Columnist en Pulitzerprijswinnaar William Safire is zondag overleden. Hij is 79 jaar oud geworden. De oud-speechschrijver voor president Richard Nixon leed aan kanker en stierf in een hospice in Maryland, liet zijn assistent weten.

Safire schreef meer dan dertig jaar voor de opiniepagina van New York Times Magazine. De taalspecialist schreef vijftien boeken en meer dan drieduizend opinieartikelen, waarin hij burgerlijke vrijheden agressief verdedigde. Ook schreef hij positief over Israël.

"Hij was niet alleen briljant in taal en het aangeven van de nuances in de politiek, hij was ook een aardige en grappige baas, die veel waardering had voor anderen", zei zijn assistent Rosemary Shields. Zij wilde niet zeggen wanneer de diagnose kanker was gesteld en aan welk type Safire leed.

Zijn columns brachten hem in 1978 de Pulitzerprijs voor opinieartikelen. Safire zat sinds 1995 in het bestuur van de prestigieuze prijs.

Bron: Novum


                    

KWF: Tabak 10% duurder


Amsterdam, 24 september 2009

KWF Kankerbestrijding pleit voor een accijnsverhoging op tabaksproducten met minimaal tien procent. Dit zal het tabaksgebruik onder de Nederlandse bevolking verlagen. Op termijn zullen daardoor minder mensen kanker krijgen. Een verhoging van de accijnzen met tien procent (vijftig cent) op tabaksproducten levert de overheid zo'n tweehonderd miljoen euro extra financiële ruimte op. Toch is deze verhoging niet opgenomen in het belastingplan 2010. Een gemiste kans volgens KWF Kankerbestrijding.


Tabaksgebruik bepaalt gezondheidsverschil
Vooral groepen zoals jongeren en mensen uit lage inkomensgroepen, twee groepen die het speerpunt vormen in het gezondheidsbeleid van het huidige kabinet, zullen minder gaan roken na een accijnsverhoging. Voor jongeren maakt een hoge prijs van tabaksartikelen het product minder aantrekkelijk. De kans is groot dat ze daarom niet beginnen met roken of eerder stoppen. Rokers uit lage inkomensgroepen zullen bij een hoge prijs van tabaksartikelen minder gaan roken of zelfs stoppen met roken. Internationaal onderzoek laat zien dat gezondheidsverschillen tussen mensen uit de hogere en lagere inkomensgroepen grotendeels veroorzaakt worden door tabaksgebruik.

Tweehonderd miljoen voor de schatkist
Eén pakje sigaretten (A-merk) per dag roken kost bijna 1.700 euro per jaar. Een verhoging van vijftig cent (voor een effect op het tabaksgebruik dient de verhoging minimaal tien procent zijn) levert de schatkist zo'n tweehonderd miljoen euro extra financiële ruimte op. Met de accijnsverhoging wordt tegelijkertijd een ander doel van het kabinet bereikt: minder rokers!

Bron: KWF kankerbestrijding



Mannen weten minder van kanker dan vrouwen.





Maastricht
Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht, in opdracht van KWF Kankerbestrijding. Door kanker in een vroeg stadium te ontdekken, kan de ziekte eerder behandeld worden waardoor de kans op genezing groter is. Het is van groot belang om alert te zijn op lichamelijke veranderingen die kunnen wijzen op kanker. In haar campagne 'Ken de 9 signalen' laat KWF Kankerbestrijding zien wat de meest herkenbare waarschuwingstekens of signalen van kanker kunnen zijn.

Kennisverschil
Het kennisverschil tussen mannen en vrouwen over de symptomen die op kanker kunnen wijzen is structureel. Mannen scoren per bekend signaal gemiddeld 5 procent lager dan vrouwen. Alleen het signaal 'plasproblemen' vormt daarop een opvallende uitzondering. Van de mannen kent 83 procent dit signaal, terwijl deze door slechts 58 procent van de vrouwen correct wordt genoemd. En dat terwijl bloed in de urine ook bij vrouwen een belangrijk waarschuwingsteken is. Het zou namelijk kunnen duiden op blaaskanker.

Waarschuwingstekens
De andere meest voorkomende klachten zijn: blijvende heesheid of hoest, slikklachten, nieuwe of veranderende moedervlekken, gewichtsverlies zonder aanleiding en bloed in de ontlasting. Uit het onderzoek blijkt dat twee op de drie ondervraagden niet alle waarschuwingstekens uit de campagne herkennen. Een verdikking of knobbeltje ergens in het lichaam is het meest herkende signaal (95,3 procent). Signalen zoals een schilferend plekje of knobbeltje op de huid (63 procent) of slikklachten (66 procent) worden minder goed herkend.

Kennisgebrek
'Ondanks het geconstateerde kennisgebrek, met name bij mannen, is er wel sprake van vooruitgang', aldus Maaike Op de Coul, preventiecoördinator bij KWF Kankerbestrijding. Uit de meting van deze maand blijkt namelijk dat 60 procent (mannen en vrouwen samen) zeven of meer waarschuwingstekens herkent. Dit is een stijging van 10 procent ten opzichte van de start van de campagne in 2007. We zijn hiermee op de goede weg.'

Advies op maat
Om het mensen gemakkelijker te maken om hun klachten goed in te schatten, heeft KWF Kankerbestrijding op internet een advies op maat gemaakt. Mensen die een verandering aan hun lichaam ontdekt hebben, kunnen met behulp van http://www.kwfklachtadvies.nl/ informatie krijgen. Door een vragenlijst in te vullen over de aard en duur van de klachten, maakt de computer een globale inschatting van de wenselijkheid om naar de huisarts te gaan. KWF Kankerbestrijding wil mensen hiermee ondersteunen om op signalen van kanker te letten en bij aanhoudende klachten op tijd naar de huisarts te gaan.

Bron: KWF Kankerbestrijding


                

Medicijn tegen kanker lijkt een feit: Tekenspuug uit Brazilie


Een stof die door teken wordt uitgescheden vernietigt tumoren. Hebben de beestjes toch nog een nut. Amblyomma cajennense, zo heet een kleine harde teek uit het Braziliaanse regenwoud.

Tot nu toe was het beestje vooral bekend om zijn beten. Wie zo’n teek op zijn huid ontdekt, krijgt waarschijnlijk rickettsiose, een ziekte die een hoge koorts veroorzaakt. Maar het beestje heeft meer in zijn mars. Het scheidt een stofje uit – Brazilianen noemen het tekenspuug – dat zeer goed lijkt te werken tegen tumoren.

Onderzoekers van het medische instituut Butantan van de universiteit van São Paulo ontdekten dat het kankercellen afbreekt, terwijl het gewone menselijke cellen met rust laat. De ontdekking is toevallig gedaan tijdens een ander project, maar de onderzoekers zijn zo enthousiast, dat ze verder zijn gegaan met het tekenspuug. Ratten met een tumor kregen het goedje ingespoten en werden binnen zes weken weer gezond. Ook op menselijke kankercellen werkt het wonderbaarlijke speeksel.

De Brazilianen hebben ondertussen patent aangevraagd op het tekenvocht en hulp ingeroepen van collega’s uit rijkere landen. Ze hebben niet de middelen om het tekenspuug verder te ontwikkelen tot een medicijn. Daar is een grote farmaceutische onderneming voor nodig met het kapitaal om het middel verder te ontwikkelen. Er wordt met verschillende partijen gesproken.

Bron: AFP